Doelstellingen en eindtermen

A. Doelstellingen

De bacheloropleiding Informatica beoogt door middel van een breed opgezet curriculum zodanige kennis, vaardigheden en inzicht bij te brengen op het gebied van de informatica, dat de bachelor in staat is om een masteropleiding Informatica dan wel een verwante aansluitende masteropleiding te volgen. In het bachelorprogramma informatica leren studenten aan informaticaproblemen werken op basisniveau (‘undergraduate level'), dat wil zeggen aan problemen die een combinatie van standaardmethoden vergen, eventueel na lichte aanpassing daarvan.

Dit ‘academisch probleemoplossen' is in algemene termen als volgt te karakteriseren.

De studenten hanteren een oplossingsgerichte werkwijze: zij kunnen

  • een concreet probleem analyseren met als doel de relevante aspecten hiervan te bepalen (modelleren, abstraheren);
  • hiervoor beargumenteerde keuzes (op basisniveau) maken voor wetenschappelijke theorieën, methoden en gereedschappen;
  • kennis- en ervaringsbronnen ontsluiten;
  • een projectmatige aanpak formuleren;
  • uitvoeren volgens dit plan, individueel, maar ook in een klein (2-3 personen) of middelgroot (4-5 personen) groepsverband.
  • het bereikte resultaat verantwoorden.

Hieronder wordt deze werkwijze toegespitst op activiteiten op het gebied van systeemontwikkeling en op het gebied van onderzoek (‘research and development').

De bacheloropleiding heeft twee inhoudelijke tracks: Cyber Security en Computing. Deze keuzemogelijkheid leidt in de eindtermen tot differentiatie.


B. Eindtermen

De eindtermen zijn een nadere (operationele) uitwerking van de doelstelling. De eindtermen worden uitgedrukt in handelingen waarin de afgestudeerde competent is.

De eindtermen worden onderverdeeld in twee groepen: algemene vaardigheden (die betrekking hebben op de typische werkwijze en het niveau van een academisch informaticus) en vakinhoudelijke vaardigheden (die specifieke probleemstellingen in het vakgebied aanduiden).