Portfolio

Vanaf het studiejaar 2010-2011 wordt in alle bacheloropleidingen bij FNWI gewerkt met een portfolio.  Bij Informatica en Informatiekunde is dit ondergebracht in de cursus NWI-IBI010 "Reflectie en Beroepsorientatie ", waarin de student gedurende de opleiding bepaalde informatie verzamelt. Het kan hierbij gaan om uitwerkingen van (vooraf gedefinieerde) opdrachten, reflecties over de eigen studiehouding en -resultaten, producten die bepaalde vaardigheden illustreren, verslaglegging van verplichte lezingen of excursies, etc. De precieze invulling wordt jaarlijks bijgesteld als blijkt dat dit wenselijk is. Aan het begin van het nieuwe studiejaar krijgen nieuwe eerstejaars studenten aanvullende richtlijnen over de opzet van het portfolio. Dit gaat via de docentmentor en de coördinator van de cursus.

Het doel van het portfolio is het stimuleren van bewust studiegedrag en doorstroming in de bachelor, in het bijzonder met betrekking tot de volgende leerdoelen:

  • Reflectie: je reflecteert als academicus op het niveau van een Ba-student op je academische attitude, zodat je in een vervolgopleiding je academische ontwikkeling en leerproces grotendeels zelf kunt sturen.
  • Initiatief: je neemt het initiatief om je binnen je bacheloropleiding op je vervolgopleiding te oriënteren.
  • Loopbaan: je bent in staat een perspectief op je verdere loopbaan te ontwikkelen: (i) wat past bij jou; (ii) wat zijn de beroepsperspectieven met deze studie.
  • Onderbouwen: Je kunt de verschillende mogelijkheden realistisch beredeneren en bent in staat op overtuigende wijze je keuzes en overwegingen ten aanzien van een vervolgopleiding of de arbeidsmarkt (zowel schriftelijk als mondeling) naar voren te brengen.

Daarnaast wordt het portfolio gebruikt om algemene academische vaardigheden af te tekenen die in de bacheloropleiding gespreid aan bod komen of zijn geïntegreerd in andere cursussen.

Het portfolio is in het eerste jaar gekoppeld aan het mentoraat, waar elke student samen met enkele anderen wordt gekoppeld aan een docentmentor waarmee regelmatig afspraken worden gemaakt. Bij deze bijeenkomsten zal aandacht besteed worden aan algemene aspecten betreffende studievaardigheden (inzicht krijgen in het eigen studiegedrag en dit zo nodig kunnen bijsturen om meer efficiënt te studeren) maar ook aan meer inhoudelijke, opleidingsgerelateerde aspecten (bijvoorbeeld, hoe kun je nu die programmeeropdracht waar je mee worstelt aanpakken?). In dit verband zullen ook opdrachten voor het portfolio worden gegeven.

Andere bijdragen zullen voortkomen uit colleges die de student gevolgd heeft. Dit is het geval zowel in de propedeuse als in de postpropedeuse. Bij een aantal vooraf geselecteerde cursussen zullen specifieke opdrachten bestemd zijn voor het portfolio. De opleidingen Informatica en Informatiekunde hebben ervoor gekozen dit aan opdrachten en cursussen te koppelen die representatief zijn voor bepaalde kernaspecten van de studie of die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan reflectie over de studie en het eigen studiegedrag. Het is dus niet zo dat alle opdrachten die een student doet, in het portfolio moeten worden verzameld, en evenmin zal een portfolio-opdracht bij alle cursussen aan de orde zijn.

Het portfolio maakt verplicht deel uit van de bacheloropleiding en de inhoud wordt aan het einde van ieder semester afgetekend door de betrokken vakdocent (voor de cursusspecifieke opdrachten), de docentmentor of de verantwoordelijke cursuscoördinator. Pas als het portfolio is afgetekend, kan de student het propedeuse-, resp. bachelorexamen aanvragen. Indien nodig kan het portfolio ook de basis vormen voor een gesprek met de studieadviseur.