Algemene termen en begrippen

De volgende termen en begrippen zul je in deze gids regelmatig tegenkomen:

  • bachelorstage: een praktische onderzoek dat zelfstandig uitgevoerd wordt bij een van de onderzoeksafdelingen aan het einde van het bachelor programma. De (minimale) omvang van deze stage is 12 ec
  • bindend studieadvies: vanaf studiejaar 2011-2012 kent de RU een bindend studieadvies voor de eerstejaars studenten. Dat betekent dat men aan het einde van het eerste studiejaar minimaal 39 studiepunten (ec) van de 60 studiepunten (ec) gehaald moet hebben om door te mogen gaan met de studie
  • colloquium: wetenschappelijke lezing (ook wel seminar), niet te verwarren met hoorcollege, waarbij actieve participatie wordt verwacht ter oriëntatie op beroepsperspectieven en/of wetenschappelijke specialisaties
  • curriculum: is een opsomming van cursussen, behorende bij een opleiding in een bepaald cohort (collegejaar)
  • cursus: een vastgestelde hoeveelheid onderwijs in een bepaald vak wordt een cursus genoemd. In de eerste 6 kwartalen zijn de meeste cursussen verplicht. Als je voor een minor kiest volg je een aantal specifieke cursussen met een omvang van 30 ec die betrekking hebben op die minor
  • ec: een european credit (studiepunt) is een maat voor de hoeveelheid werk die een gemiddelde student aan een bepaald onderdeel wordt geacht te besteden volgens het European Credit Transfer System. Eén ec is gelijk aan 28 uren studie. Uiteraard zal de werkelijke tijdsbesteding variëren al naar de kwaliteiten en studiemethoden van de individuele student. Zelfstudie-uren worden ook in het rooster opgenomen
  • examen: een examen is de optelsom van een aantal tentamens waarop de Examencommissie haar oordeel baseert. Tijdens je studie doe je driemaal examen: 'propedeuse' na het eerste jaar, ‘bachelor’ na het derde jaar en 'master' als afsluiting van je masteropleiding. Aangezien je voor een examen de juiste tentamens moet hebben afgelegd, wordt een tentamen ook wel examenonderdeel genoemd
  • hoorcollege: een groot aantal van deze colleges (HC) is opgenomen en terug te vinden in blackboard
  • kwartaal: een studiejaar is verdeeld in vier kwartalen, een periode van zo'n 10 weken. Een semester (najaars- en voorjaarssemester) bestaat uit 2 kwartalen
  • onderzoekinstituten: FNWI kent zes onderzoeksinstituten waar een bachelorstage gevolgd kan worden, te weten: Institute for Computing and Information Science (ICIS), Institute for Mathematics, Astrophysics and Partical Physics (IMAPP), Institute for Molecules and Materials (IMM), Institute for Water and Wetland Research (IWWR), Radboud Institute for Molecular Life Sciences (RIMLS) en het Donders Institute (DCN). 
  • onderwijsinstituten: FNWI kent vier onderwijsinstituten te weten: Biowetenschappen, Informatica en Informatiekunde, Moleculaire wetenschappen, Wiskunde Natuur- & Sterrenkunde (WiNSt). Deze stelen de curricula op  
  • practicum: meerdere opleidingen kennen een laboratorium waar practicum gegeven wordt. De hoofdelementen zijn synthetiseren, meten en analyseren. Soms is daar extra materiaal (veiligheidsbril, stofjas e.d.) voor nodig. Daarnaast bestaan er computerpractica, die een verplicht onderdeel zijn van diverse cursussen
  • propedeuse: het eerste studiejaar, dat afgesloten wordt met een propedeutisch examen
  • responsiecollege: een in het rooster gereserveerd moment voor het stellen van vragen aan de docent cq tutor
  • symposium: door studenten georganiseerde presentatie van projecten van zichzelf of buitenstaander(s) aan het eind van een collegejaar
  • tentamen: een tentamen is de afsluitende toets van een cursus. Soms is het eindcijfer samengesteld uit deelcijfers, afkomstig van een theoretisch tentamen en een practicumtoets, maar steeds geldt het principe: één afgerond tentamencijfer (in 0,5 of heel cijfer) voor elke cursus. Bij de facultaire studentenadministratie worden alle examenonderdelen waar je je voor in kunt schrijven tentamens genoemd
  • tutor: een middelbare-school-docent, die begeleiding geeft bij het bestuderen van de stof en advies geeft over de tijdsindeling om de overgang tussen VWO en WO zo goed mogelijk te laten verlopen 
  • werkcollege: in groepen van ongeveer 20 studenten wordt door studentassistenten de stof van het hoorcollege nader toegelicht vaak door middel van vraagstukken. Hier is ook gelegenheid tot het stellen van vragen over de stof
  • zelfstudie: is mogelijk in ruimten die voorzien zijn van netwerk-aansluitingen en wifi. De grootste ruimte is het studielandschap op de begane grond

De Faculteit NWI heeft het systeem van kwartalen ingevoerd om de studieprogramma's van alle opleidingen op elkaar af te stemmen.